Vraagtekens bij cijfers Hartstichting

De boodschap die de Hartstichting eind vorig jaar naar buiten bracht, was niet rooskleurig. Gerekend vanaf 2011 stijgt het aantal patiënten met een hartinfarct, een beroerte of hartfalen in 25 jaar met 65 procent naar 1,4 miljoen. Cardioloog Ron Peters plaatst het bericht in perspectief.

“Als je de brochure van de Hartstichting goed leest, kun je twee kanten op”, zegt Peters. “Enerzijds staat erin dat de sterfte aan hart- en vaatziekten in Nederland de afgelopen dertig jaar gehalveerd is. Dat is een spectaculaire daling en hartstikke goed nieuws! Dat succes is te danken aan drie verbeteringen die allemaal ongeveer even belangrijk zijn: primaire preventie, de vroege en betere behandeling van mensen met een beroerte of hartinfarct, en verbeterde preventie van een herhaling. Medicijnen tegen te hoog cholesterol en hoge bloeddruk, middelen tegen trombose, en stoppen met roken, afvallen en meer bewegen voorkomen veel ellende en zorgen er ook voor dat patiënten na het eerste incident een sterk verlaagde kans hebben op herhaling (‘secundaire preventie’). Het direct openmaken van het afgesloten bloedvat bij een hartinfarct of een beroerte heeft de vooruitzichten voor patiënten bovendien enorm verbeterd.”

Volgens Peters heeft niet alleen de geneeskunde bijgedragen aan die scherpe daling van de sterfte. Ook via primaire preventie is veel bereikt, zoals het gedaalde aantal mensen dat rookt. “Er valt echter nog veel winst te behalen op het terrein van rokende jeugd, overgewicht en gebrek aan lichaamsbeweging. Juist op dit gebied heeft de geneeskunde niet zoveel te vertellen. Mensen worden op hun individuele verantwoordelijkheid aangesproken via kennisoverdracht en voorlichting, maar dat werkt niet of nauwelijks.”

Hoe ver kan de overheid gaan in de bemoeienis met jouw leven? Waar houdt de individuele vrijheid op en waar begint de verantwoordelijkheid van de samenleving? Soortgelijke discussies zijn gevoerd over autogordels, fluor in het drinkwater en vaccinatie. Peters: “Als het belang groot genoeg is, kun je maatregelen voorstellen die de gezondheid van de bevolking sterk bevorderen. Verbied het roken. Stimuleer bewegen, bijvoorbeeld door in gebouwen trappen centraal te stellen in plaats van liften. Schaf de roltrap af in warenhuizen en reserveer de lift voor mensen die slecht ter been zijn. Onderhandel als regering met de voedingsindustrie over de producten die ze op de markt brengt. Finland heeft op die manier jaar na jaar het zoutgehalte in voeding verder omlaag gekregen, naast enkele andere ingrijpende maatregelen. Parallel daaraan daalde de gemiddelde bloeddruk bij de Finse bevolking, na enige tijd gevolgd door minder hartfalen, minder hartinfarcten en minder beroertes. Met suiker en vet in voedingsmiddelen zou je iets dergelijks kunnen doen. Als de keuze wordt overgelaten aan het individu zal er weinig veranderen. Dat kan aanvaardbaar zijn, maar dan moeten we niet zeuren over de consequenties. We accepteren ook alle gevolgen van zaken als alcohol, sportletsels en onveilige seks. Individuele vrijheid vinden we zeer belangrijk.”

Tijd voor de keerzijde in de brochure van de Hartstichting, die ook de meeste media-aandacht kreeg: de enorme stijging van hartpatiënten in de komende 25 jaar. “Net als iedere andere voorspelling hangt deze voorspelling af van de aannames in het rekenmodel”, zegt Peters. “De bekende risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn roken, hoog cholesterol, hoge bloeddruk, overgewicht, te weinig beweging, diabetes, erfelijkheid en stress. Maar in deze berekening speelt er nog een: de enorme toename van ouderen. Leeftijd is, ongeacht de formule die gebruikt wordt, de sterkste risicofactor. In 2040 zal het aantal mensen boven de 65 zijn verdubbeld. Alleen al door deze sterke stijging van de gemiddelde leeftijd neemt het aantal mensen toe dat lijdt en sterft aan hart- en vaatziekten. Deze factor is verantwoordelijk voor de helft van de verwachte stijging van hart- en vaatziekten.”

Hierover bestaat echter wel discussie. Het staat niet vast dat de onderliggende ziekte atherosclerose (aderverkalking) een onvermijdelijk gevolg is van veroudering. Uit langlopend onderzoek blijkt dat de ziekte optreedt bij slechts vijf procent van de mensen die geen enkele risicofactor hebben, behalve leeftijd. Peters: “Aan de andere kant zijn er maar heel weinig ouderen bij wie een van de risicofactoren niet verhoogd is: beetje te dik, te weinig beweging, hogere bloedruk.”

Met die constatering snijdt Peters nog een opmerkelijk punt aan: “Als vergrijzing, al of niet met extra risicofactoren, de komende decennia zo sterk toeneemt –  en daarmee ook het aantal hart- en vaatziekten – waarom zetten we dan niet stevig in op preventie bij ouderen? Volgens de huidige richtlijnen houdt preventie op bij zeventigjarigen. Terwijl volgens diezelfde richtlijnen iedereen boven de zeventig juist extra kans maakt op hart- en vaatziekten. Veel zeventigers worden ruim negentig en hebben dan nog zo’n 25 jaar te gaan. Als je in die groep met preventie een deel van de hart- en vaatziekten kunt voorkomen, waarom doen we dat dan niet?”

Door Pieter Lomans

Ron Peters (1955) studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1988 werd hij internist en in 1991 cardioloog. Hij promoveerde in 1994 op intra-coronaire echografie. In 2004 werd hij benoemd tot hoogleraar Klinische Cardiologie, in het bijzonder de preventie en behandeling van atherosclerose. Hij was enkele jaren voorzitter van de werkgroep Cijfers van de Nederlandse Hartstichting, waarop de gegevens gebaseerd zijn die in dit artikel besproken worden.