22 nov 2017 | Verhaal

Achter de schermen bij Endoscopie

Wat voeren ze daar verderop eigenlijk precies uit? Hoe zou het zijn om daar te werken? Van tijd tot tijd nemen we een kijkje achter de schermen bij een van de talrijke AMC-afdelingen. Deze week: de afdeling Endoscopie. “Hier noemen we de dingen graag bij hun naam.”

12.00 uur - Verpleegkundige John Stadwijk begint zijn middagdienst met een blik op het ‘Schipholbord’ op C2. Zo noemt het team van Endoscopie het grote digitale planbord aan de muur tegenover de desinfectieruimte. Een paar keer per dag loopt John er langs om te zien welke patiënt zich in welke ruimte en welke procesfase bevindt. “De oranje markering betekent: patiënt is in voorbereiding. Geel betekent: de arts gaat beginnen. En de roze markering geeft aan dat de patiënt in de verkoever is”, legt hij uit.

Endoscopie staat voor behandel- of onderzoekmethoden waarbij via een van de lichaamsopeningen een endoscoop wordt ingebracht: een lange slang die verbonden is aan apparatuur. Daarmee kun je dan bijvoorbeeld weefsel of cellen weghalen voor onderzoek, maar ook poliepen of tumoren verwijderen. Naast coloscopie worden op de afdeling nog ten minste vier andere procedures (‘scopieën’) uitgevoerd: gastroscopie (darm, maag en slokdarm), bronchoscopie (longen), ercp (galwegen) en cystoscopie (blaas). “Dankzij endoscopie hoeven minder patiënten een chirurgische ingreep te ondergaan”, verklaart John.

Patiënten uit heel Nederland komen ervoor naar het AMC, dat internationaal voorop loopt met endoscopische procedures. Vanmiddag begeleidt John een patiënt die een coloscopie ondergaat: een onderzoek aan de dikke darm.

12.05 uur - Even langs de spoedkamer om te kijken of er iets kan worden gedaan. Daar is net een procedure afgerond. John ziet dat er een biopt (een stukje weggenomen weefsel) klaarstaat voor onderzoek door de patholoog-anatoom. Hij neemt het biopt mee naar de medewerkers van de desinfectiekamer. “Nooit met lege handen naar de keuken, zo ben ik opgevoed”, grapt hij.

12.25 uur – Een bomvolle koffiekamer. Alle 18 medewerkers van dienst hebben zich zo goed en kwaad als het kan rond de tafel geschaard, waarop een praktisch lege taartdoos staat. De pauze zit er bijna op, de kamer stroomt langzaam leeg. John tapt een beker koffie en vertelt over zijn loopbaan. “Ik heb als verpleegkundige in verschillende instellingen en functies gewerkt, maar hier ben ik al zeven jaar helemaal op mijn plek. Wat mij zo aanspreekt is de combinatie van techniek, veel patiëntencontact en scholing.”

12.45 uur - “An, ik ben vast aan het opbouwen voor de colo”, zegt John tegen zijn collega, terwijl hij naar de kamer loopt. Hij heeft zojuist een coloscoop opgehaald uit de ruimte naast de desinfectie, waar ze klaarliggen voor gebruik. De verpakking met de groene emoticon laat zien dat de scoop gedesinfecteerd en gebruiksklaar is; na de behandeling wordt hij ingepakt in een verpakking met een rode emoticon. In een paar minuten zorgt John ervoor dat alles klaarstaat, zodat de procedure straks een rustige start krijgt. Hij sluit de scoop aan op de processor. Dan test hij of deze zuigt en blaast en er spoelwater uitkomt. Hij controleert de knoppen en checkt tot slot de witbalans op het scherm.

13.00 uur – “Dag mevrouw, u bent er weer, ik had uw naam al gezien op de lijst”, zegt John als hij de patiënte in de wachtruimte hartelijk de hand schudt. Voor haar is John een vertrouwd gezicht, want een week eerder voerde hij met haar het voorbereidende gesprek. Daarin heeft hij precies uitgelegd hoe ze zich moest voorbereiden, wat de procedure inhoudt, hoe het in de praktijk verloopt en waar de procedure toe leidt.

Mensen kunnen van tevoren erg angstig zijn, vertelde John eerder. “Daarom vraag ik in zo’n gesprek: ‘Kunt u me in uw eigen woorden vertellen voor wat voor onderzoek u komt?’ Ze zeggen dan bijvoorbeeld: ‘Ik krijg een slang in mijn kont.’ Dat is prima. Hier noemen we de dingen graag bij hun naam. Dat maakt het voor mensen gemakkelijker. Zo geef je ze zelf de regie en dat geeft ze meer vertrouwen, dan durven ze het meer te laten gaan. Ja, je krijgt voor een onderzoek lucht in je darmen gepompt en daar ga je van winden. Nou en? Niets om je voor te schamen. Meestal haal ik mensen nerveus uit de wachtruimte, maar gaan ze opgelucht weer weg. Omdat het helder is.”

13.10 uur – “U krijgt zo een infuusnaaldje”, zegt John. De vrouw zet haar telefoon uit. John schikt het kussen en vraagt haar er tegenaan te gaan zitten. We zijn in de holding, waar op dit moment drie patiënten worden voorbereid op een procedure. “Ik ga de bloeddrukmeter om uw rechterarm bevestigen.” Rustig pratend doorloopt hij alle voorbereidingen. “Mooie cijfers”, stelt hij tot slot met een kwinkslag gerust.

Naast de vrouw die zo een coloscopie krijgt, wacht een longpatiënt op een bronchoscopie. Daarnaast ligt een patiënt in afwachting van een procedure weg te doezelen, terwijl zijn vrouw zijn hand vasthoudt. Straks worden er poliepen uit zijn darmen verwijderd. Afhankelijk van de soort procedure krijgen mensen een milde sedatie – een roesje met een pijnstiller – of een diepe sedatie met propofol.

13.30 uur – John rijdt de patiënte de onderzoekskamer binnen. Daar staan vier collega’s klaar. De coloscoop wordt langzaam ‘opgevoerd’ door alle bochtjes van het darmkanaal. Het licht in de ruimte is gedempt, zodat de arts op het beeldscherm het slijmvlies extra goed kan bekijken.

“Als de patiënt bij is, praat ik meestal met hem of haar ter afleiding. Vanuit mijn ooghoek zie ik wanneer het diepste punt is bereikt”, vertelt John. “Het opvoeren kan soms een pijnscheut aan het buikvlies geven, maar bij het terugtrekken volgt de slang de natuurlijke weg. Daar voel je niets van. Vanaf het diepste punt trekken we de scoop weer langzaam terug, goed kijkend achter elke plooi o mte zien of er een poliep of andere afwijking zit. Daar nemen we dan een biopt van, die door de patholoog wordt onderzocht.”

Na een paar minuten zit zijn taak erop. Terwijl het team de procedure voortzet, kan John elders een onderzoekskamer gereedmaken voor een volgende patiënt. “De doorlooptijd voor de meeste patiënten is één tot drie uur”, legt hij uit. “Maar er zijn ook ingrepen waarbij ik vijf uur op mijn voeten sta, bijvoorbeeld als er grote poliepen of voorstadia van kanker worden verwijderd. Dan komt er een collega langs die me water laat drinken via een rietje.”

13.45 uur - “Ik breng dat even naar Anja.” John pakt een stapel A-viertjes met nazorg-informatie voor patiënten. Daar vinken verpleegkundigen bijzonderheden op aan, zodat de patiënten thuis in alle rust na kunnen kijken of er bijvoorbeeld een vervolgafspraak is en welke complicaties zich voor zouden kunnen doen.

14.00 uur – In de desinfectieruimte borstelt John de gebruikte scoop af. Vervolgens zetten afdelingsassistenten de scoop in de desinfecteermachine voor een langdurig spoel- en droogprogramma. Daarna gaat de steriele scoop terug in de kast voor een volgend gebruik. “Apparatuur en procedure zijn hier state of the art”, zegt John. “We hebben hier dan ook heel vaak bezoek van buitenlandse vakgenoten die een dagje komen meelopen of hier een workshop volgen. Eenmaal per jaar organiseren we het event Amsterdam Live Endoscopie: congresgangers zien dan live-videobeelden van wat er hier gebeurt.”

Zelf draagt hij ook bij aan het kennis delen. “Vorig jaar hield ik een praatje op een congres in Wenen en onlangs gaf ik een hands on-training in Barcelona. Als je hier laat zien wat je kunt en wat je wilt, heb je veel mogelijkheden.”

Tekst: Marleen Kamminga
Foto's: Mark van den Brink