28 jul 2017 | Verhaal

De jongen die bleef leven

Werken in het AMC, wat betekent dat eigenlijk? Medewerkers vertellen hoe het ‘AMC-gevoel’ zich uit op de werkvloer. Diëtiste Cora Jonkers over een patiëntje dat diepe indruk maakte.

Cora Jonkers (diëtiste) ging 34 jaar geleden aan de slag in het Wilhelmina Gasthuis op de afdeling Neurologie. Ze verhuisde mee naar het AMC en heeft sindsdien op allerlei afdelingen gewerkt.

Band

“Als diëtiste begeleid ik veel patiënten met een chronische ziekte. Vaak krijg ik een band met ze. Persoonlijk vind ik ook dat je je voor hen moet openstellen. Zo hadden we een keer een jongetje; ik weet nog dat hij geboren werd. Dat mannetje was eigenlijk ‘alleen maar buik’, met een beetje kind eromheen. Zijn situatie was dramatisch en de verwachting was dat hij niet lang meer zou leven. Zijn darmen deden helemaal niets. We besloten hem een infuus te geven. Gelukkig knapte hij daar iets van op. Hij groeide zelfs een beetje. Maar die buik die bleef erg groot. Toch overleed hij niet.
Maar het bleef tobben met de jongen. Met zijn botten ging het niet goed en toen kreeg zijn lever problemen. Elke keer was er iets aan de hand. Met zijn moeder had ik intensief contact, een ontzettend lief mens.

Afscheid

Op een keer, in de zomer, lag hij weer eens bij ons in het Emma Kinderziekenhuis. Deze keer vanwege waterpokken. Zijn situatie verslechterde en werd zo heftig dat hij op de intensive care terecht kwam. Kijk, in zo’n geval probeer ik wel een paar keer per week langs te gaan. Gewoon even praten en kijken. Horen hoe het gaat. Ook voor de moeder.
Tijdens zo’n ontmoeting vertelde ze mij dat ze de vorige avond afscheid van haar jongen had genomen. ‘Het is goed zo’, zei ze. De verwachting was dat hij dat weekend zou komen te overlijden. Via het dossier volgde ik het verloop een beetje. De jongen bleef leven.

Op maandag ben ik langs gegaan om te vragen hoe het ging. De jongen had het wonderbaarlijk gered, vertelde de moeder. ‘Hij heeft de bocht gemaakt’, zei ze. Al was de jongen er niet al te best aan toe. Hij kon niet lopen en had allerlei andere beperkingen.

Yes!Yes!

Daarna hoorde ik een tijdje niks meer over hem. Een maand later kreeg ik ineens een filmpje opgestuurd. Van moeder. En in dat filmpje zie je dat jongetje, in het revalidatiecentrum, met veel pijn en moeite opstaan uit zijn rolstoel. Hij wankelt een beetje, en dan hoor je buiten beeld iemand zeggen: ‘Yes! Yes! Je loopt!’ De jongen kijkt in de camera en steekt zijn duim zó omhoog. Dat grijpt me enorm aan. Als je zoiets ziet, ja dat is geweldig.”

Auteur: Edith van Rijs

Foto: Xander Remkes