13 nov 2017 | Verhaal

De lange weg van onderzoek naar weeënremmers

Voordat een grote studie kan beginnen, is er vaak een lange route afgelegd. Ook het AMC-onderzoek naar het nut van weeënremmers dat net van start is gegaan, kende een moeizame weg die in 2008 begon. Maar nu is er een subsidie van 1,4 miljoen euro. Een kijkje achter de schermen van wetenschappelijk onderzoek.

Eigenlijk wilden de onderzoekers weten of het zinvol is om weeënremmers te geven aan een zwangere vrouw die te vroeg dreigt te bevallen. Maar voordat ze aan díe vraag toekwamen, moesten er eerst een hoop andere vragen beantwoord worden. “Het onderzoek is in kleine stukjes geknipt”, vertelt AMC-gynaecoloog Martijn Oudijk, een van de hoofdonderzoekers.

Nooit uitgevoerd

Dus begonnen ze in 2008 aan de APOSTEL 1 studie en zijn ze nu eindelijk bij de laatste fase: APOSTEL 8. Deze studies worden, grotendeels onder leiding van het AMC,  uitgevoerd in een groter verband, het NVOG consortium, bestaande uit verloskunde-afdelingen van meer dan zeventig Nederlandse ziekenhuizen. “Al die onderzoeken kregen het acroniem APOSTEL. De eerste studie draaide om basale vragen”, vertelt Oudijk. “Je moet namelijk met alle samenwerkende ziekenhuizen volgens dezelfde criteria werken. Dus: hoe bepalen we of de bevalling begonnen is en welke testen zijn het betrouwbaarst om dit vast te stellen?”

En zo volgden de studies elkaar op. Met vragen als: is het zinvol om langer dan 48 uur te behandelen met weeënremmers (APOSTEL 2), en: maakt het uit wélke weeënremmer je geeft (nummer 3)? “APOSTEL 5  is wel bedacht en op papier gezet, maar nooit uitgevoerd”, vertelt hoofdonderzoeker  Marjolein Kok. “Dat kan ook nog gebeuren. De studie is elders al gedaan voordat we in Nederland konden beginnen.”

APOSTEL 7 moest nagaan of weeënremmers in een vroege fase – tussen de 24 tot 30 weken – helpen. “Die studie ging niet door omdat de subsidieaanvraag die we indienden, werd afgewezen”, zegt Oudijk. Ook dat is een risico als je met wetenschappelijk onderzoek bezig bent. Zonder de nodige fondsen geen onderzoek.

Averechts

Het goede nieuws kwam dit jaar, toen een aanvraag van 1,4 miljoen euro voor APOSTEL 8 wél werd gehonoreerd. Meteen het laatste deel van de studiereeks, maar tegelijkertijd ook het moeilijkste stuk: “Nu willen we weten of het nut heeft om überhaupt weeënremmers aan vrouwen te geven die te vroeg dreigen te bevallen”, zegt promovendus Wouter Breebaart, die het overgrote deel van zijn werktijd aan APOSTEL 8 spendeert. “Wellicht is er een reden dat het lichaam wil dat het kind nú wordt geboren : een infectie of iets anders levensbedreigends. En dan kan het zijn dat weeënremmers averechts werken.”

Om dat te kunnen onderzoeken, zijn twee groepen vrouwen nodig. De ene groep krijgt een weeënremmer, de andere een niet-werkend middel (placebo). Dat wordt via loting bepaald. Omdat het in Nederland de gewoonte is om weeënremmers te geven als het kind te vroeg ter wereld dreigt te komen, is het spannend of er genoeg vrouwen gevonden kunnen worden die hieraan mee willen doen. En het onderzoek staat of valt met voldoende deelnemers – er zijn er 1500 nodig. “Daarom zijn we blij dat er buitenlandse ziekenhuizen meedoen aan deze studie”, vertelt Kok. “Zoals centra uit Ierland, waar vrouwen nooit standaard een weeënremmer krijgen aangeboden.”

Is het kind beter af?

Wat het meeste tijd heeft gekost voordat APOSTEL 8 een feit was? “Het overtuigen van de collega’s in andere ziekenhuizen om hieraan mee te doen. Die vonden dit onderzoek aanvankelijk niet nodig. We hebben namelijk altijd geleerd dat het toedienen van weeënremmers goed is. Maar daar is nauwelijks wetenschappelijk bewijs voor. Eigenlijk had dit onderzoek veertig jaar geleden al gedaan moeten worden”, zegt gynaecoloog Kok.

Martijn Oudijk en Marjolein Kok Martijn Oudijk en Marjolein Kok

“De weeënremmer waar wij nu naar gaan kijken, is altijd onderzocht vanuit de vraag hoe lang je de bevalling ermee kunt uitstellen”, vult Breebaart aan. “Wij willen weten of het kind hiermee beter af is.” Oudijk: “Toen het ons lukte om de resultaten van de APOSTEL 3 studie in het wetenschappelijke topvakblad The Lancet te publiceren, kregen we internationaal back-up voor dit plan.”

Na jaren van presentaties houden door het hele land en op internationale symposia keerde het tij onder de gynaecologen. Breebaart: “Toen we hen in oktober in een landelijke enquête vroegen of ze bereid waren om aan APOSTEL 8 mee te doen, zei tachtig procent ja.”

Subsidieaanvraag afgewezen

Maar ook het verkrijgen van het benodigde geld ging niet van een leien dakje. Voor de zevende studie werd een subsidieaanvraag afgewezen, en ook voor het onderzoek daarna kregen de gynaecologen aanvankelijk geen groen licht van subsidieverstrekker ZonMw. “We wilden ons in eerste instantie tot Nederland beperken en maar zeshonderd vrouwen in de studie opnemen. Toen kregen we te horen dat we met dit soort aantallen te weinig verschil konden aantonen”, legt Kok uit. “Daarom besloten we buiten de grenzen te gaan kijken. Vanwege de grootte van de studie hadden we wel veel meer geld nodig. Toen kwam er een oproep om je aan te melden voor de ‘Grote Trials Ronde’ van het het subsidieprogramma ‘Goed Gebruik van Geneesmiddelen’ en werd onze aanvraag gehonoreerd met 1,4 miljoen euro. En ook vanuit Engeland komt er subsidie. Als dat niet gelukt was, hadden we het voorwerk voor niks gedaan.”

Het indienen van zo’n aanvraag brengt namelijk een berg werk met zich mee. De onderzoekers schreven maanden aan het onderzoeksprotocol (hoe gaan we het uitvoeren, wie doet wat, hoe meten we, hoe schrijven we de uitkomsten op), voornamelijk in hun vrije tijd. Het ingediende document telde maar liefst 120 pagina’s en werd tot vlak voor de deadline nog aangepast. Oudijk: “Er waren in het hele traject momenten dat ik de handdoek in de ring wilde gooien, zeker na een afwijzing.”

Nu er geld is, kunnen de onderzoekers niet achterover leunen, zegt Breebaart. Want er moeten belangrijke doelen behaald worden om de studie te laten slagen. “Op 1 januari 2019 moeten we driehonderd vrouwen in de studie hebben opgenomen. Anders stopt het onderzoek omdat we er dan onmogelijk voldoende zullen vinden binnen de vier jaar die hiervoor staat.” Kok: “Failure is not an option.”

Tekst: Irene van Elzakker
Foto: Elmer Bets