29 sep 2017 | Verhaal

Hyperbare geneeskunde standby voor bouw mega-sluis

In IJmuiden wordt gewerkt aan de grootste zeesluis ter wereld. Voor een deel gebeurt dat onder zeeniveau onder hoge druk, vergelijkbaar met een duik van tien meter diep. Het AMC staat daarom paraat met een hyperbare kamer, voor eventuele ‘duik’ongevallen.

Over tweeëneenhalf jaar moet ie klaar zijn, de zeesluis die de bereikbaarheid van Amsterdam voor goederentransporten via het Noordzeekanaal gaat verbeteren. Hij kan straks, in tegenstelling tot zijn voorganger, de steeds groter wordende zeeschepen laten passeren. De afmetingen zijn ongekend: 500 meter lang – dat zijn vijf voetbalvelden achter elkaar – 70 meter breed en 18 meter diep (samen met de kolkwand die 5 meter boven het water uitsteekt, staat dit gelijk aan een gebouw van acht verdiepingen). En in tegenstelling tot de huidige sluis, die bij laag water niet bruikbaar is voor diepliggende schepen, kan de nieuwe zeesluis altijd gebruikt worden. De in- en uitgang van de sluis worden gevormd door drie stalen roldeuren (waarvan  één reserve) die elk 2400 ton wegen.

Foto: Rijkswaterstaat
Foto: Rijkswaterstaat

De roldeuren verdwijnen in deurkassen, vertellen omgevingsmanagers Jan Rienstra van opdrachtgever Rijkswaterstaat en Rob Gordijn van aannemersconsortium OpenIJ. Eind dit jaar moet de bouw beginnen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de caissonmethode: in de grond wordt een betonnen constructie gemaakt als aanzet van de deurkas. De vloer van dit caisson is vier meter dik. Hieronder wordt geleidelijk aan zand weggespoten, waardoor de vloer langzaam naar beneden zakt totdat de gewenste diepte is bereikt. “De mensen die de grond wegspuiten, werken onder verhoogde luchtdruk om het water buiten te houden en ervoor te zorgen dat de wanden op hun plek blijven”, zegt Gordijn. “We beginnen vijf meter onder de zeespiegel met de werkzaamheden en laten de vloer tot -23 meter zakken.”

Schouderpijn

Op de enorme bouwplaats waar we met een speciale shuttlebus naartoe zijn gebracht, zijn de voorbereidingen voor het caissonwerk al zichtbaar. We kijken over stalen wanden heen naar een terrein dat meters lager ligt, onder zeeniveau. Uit de bodem verrijzen een paar enorme metalen buizen: daarin zullen de arbeiders over enkele maanden afdalen naar twee kamers onder het caisson.

Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine

De werklui gaan er waarschijnlijk onder een druk van 1,9 tot 2,1 atmosfeer aan de slag – dat staat gelijk aan een duik van tien meter diep. Zoiets heeft gevolgen voor het lichaam. Net als bij een diepzeeduik komt tijdens het werken onder druk meer stikstof in bloed en weefsels terecht. Dat geeft bij lagere druk gasbellen. “Wat er in het lichaam gebeurt als je snel naar boven zou gaan en onder normale, lagere druk komt, laat zich het best vergelijken met een fles frisdrank die je ineens opendraait. Je ziet dan allemaal bubbels naar boven komen”, vertelt Albert van den Brink, hoofd van de afdeling Hyperbare Geneeskunde van het AMC. “Zo gaat het ook met de stikstofbellen die zich vormen zodra je onder lagere druk komt. Ze stijgen op naar je hersenen en kunnen onderweg bloedvaten blokkeren. Om die belvorming te vermijden, moet je de stikstofconcentratie omlaag brengen voordat je onder normale druk komt. Duikers klaren die stikstof door bij het naar boven gaan steeds even te stoppen.”

Duikersziekte

De bouwvakkers die onder hoge druk aan de zeesluis werken, worden na hun verblijf onder het caisson uitgesluisd in een ruimte met honderd procent zuurstof, dat wil zeggen dat de druk er langzaam naar normaal niveau wordt gebracht. Daarna mogen de werklui 18 tot 24 uur niet onder hoge druk werken om ervoor te zorgen dat eventueel achtergebleven restjes stikstof volledig uit het lichaam verdwijnen.

Anders kunnen zij alsnog klachten krijgen die wijzen op caissonziekte, ook wel decompressie- of duikersziekte genoemd. De verschijnselen lopen nogal uiteen en worden niet altijd meteen herkend: jeuk, duizeligheid, spier- of gewrichtspijn. “Eén van de belangrijkste symptomen die wij zien, is schouderpijn”, vertelt Van den Brink. In het ernstigste geval leidt duikersziekte tot bewusteloosheid en kan iemand overlijden.

Foto: Rijkswaterstaat Foto: Rijkswaterstaat

Daarom heeft OpenIJ speciale maatregelen genomen. Allereerst worden de werklui medisch gekeurd om na te gaan of ze geen gezondheidsproblemen hebben die door het werken onder druk kunnen opspelen. Gedurende de periode dat ze onder het caisson grond wegspuiten, krijgen ze een kaart om hun nek met een mobiel telefoonnummer. Via dat nummer komen ze rechtstreeks in contact met een arts van Hyperbare Geneeskunde. “Die kaart moeten ze ook buiten werktijden dragen. Mochten ze bijvoorbeeld in het café ineens van hun barkruk vallen, dan weet het ambulancepersoneel dat ze onder druk hebben gewerkt”, legt Gordijn uit. Daarnaast geeft het AMC werkbegeleiders op de bouwplaats de nodige informatie over symptomen waar ze alert op moeten zijn en wanneer ze aan de bel moeten trekken.  

Wereldwijd gebruikt 

Aan de hand van speciale ‘duikerstabellen’ bepaalt de bouwer hoe lang een werknemer die onder het caisson heeft gewerkt moet wachten voordat hij opnieuw onder hoge druk aan de slag kan. Van den Brink: “Je stelt de tabellen zodanig af dat het aantal duikongevallen laag blijft, zo rond de 1,5 procent. Honderd procent veilig kan helaas niet. Heb je veel meer ongelukken dan die anderhalve procent, dan stel je de tabellen bij. De duikerstabellen zijn in de jaren tachtig ontwikkeld door de Leidse hoogleraar Wouter Sterk en worden wereldwijd gebruikt. Ze houden rekening met allerlei factoren als hoeveelheid spierweefsel en dergelijke. Er staat in hoe lang je onder welke druk mag duiken en hoe lang het vervolgens duurt voordat de vrijgekomen stikstof uit het bloed is. Gedurende die periode mag je niet ‘duiken’.”

Foto: Rijkswaterstaat Foto: Rijkswaterstaat

Tijdens de aanleg van de Noord/Zuid lijn in Amsterdam – waarvoor het AMC enkele jaren geleden ook standby stond – maakte Van den Brink mee dat de tabellen moesten worden bijgesteld. Voor het Centraal Station vonden toen werkzaamheden plaats met de caissonmethode. De afdeling Hyperbare Geneeskunde kreeg in één weekend met negen duikongevallen te maken. De ene na de andere medewerker kwam met pijnklachten en huidverkleuringen in het AMC terecht. “Dat zijn ernstige verschijnselen”, zegt Van den Brink. “Die kunnen alleen maar erger worden en bijvoorbeeld tot verlamming leiden. Je moet daar meteen op reageren.”

Hyperbare kamer

Duikersziekte kan alleen afdoende behandeld worden in een hyperbare kamer. Daarvan zijn er slechts drie in Nederland die patiënten 7 dagen per week en 24 uur per dag behandelen: in het AMC, in Sneek en Goes. Het zijn grote recompressiekamers waar de luchtdruk kan worden aangepast, terwijl de personen in de hyperbare kamer via een masker honderd procent zuurstof inademen. “Arbeiders met klachten die op duikersziekte wijzen, gaan doorgaans vijfeneenhalf uur de tank in. Het eerste uur brengen we ze op 18 meter diepte door de luchtdruk aan te passen. Vervolgens brengen we ze op 9 meter om het stikstofgas zo snel mogelijk te elimineren.”

De hyperbare kamer in het AMC. Foto: Hans van den Bogaard
De hyperbare kamer in het AMC. Foto: Hans van den Bogaard

Vanwege de aanwezigheid van de hyperbare kamer staat het AMC standby tijdens werkzaamheden waarbij onder hoge druk wordt gewerkt. Maar de kamer, die eruit ziet als een enorme buisvormige tank, wordt voor nog meer doeleinden gebruikt. Uiteraard voor duikers die na een duik decompressieziekte krijgen, maar ook voor patiënten met beschadigde weefsels als gevolg van bestraling jaren eerder. Daarnaast is de tank bedoeld voor mensen met slecht genezende wonden of koolmonoxidevergiftiging. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat ook zij baat hebben bij een behandeling met 100 procent zuurstof. In de tank kunnen tot 17 mensen tegelijk plaatsnemen.

Op 5 oktober vindt in het AMC de thema-avond ‘Trauma onder druk’ plaats. Op het programma staan onderwerpen als duikongevallen op de Noordzee, de nieuwe zeesluis in IJmuiden en koolmonoxidevergiftiging. Voor meer informatie: www.SpoedZorgNet.nl/traumaonderdruk

Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine
Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine

Tekst: Irene van Elzakker