30 jun 2017 | Verhaal

Nieuwe definities voor ziekte

Nieuwe biomarkers moeten ons meer gaan vertellen over de oorzaak en beste behandeling van astma, COPD en andere ziektes van de luchtwegen. Kersverse hoogleraar Anke-Hilse Maitland - van der Zee gaat zich hier de komende jaren mee bezig houden.

Biomarkers hanteren bij het vaststellen van een ziekte: het is een methode die zo oud is als de weg naar Rome. Hippocrates beschreef al het belang van de hartslag meten bij de pols, slijm controleren of ruiken aan de urine om een afwijkende geur te ontdekken. Biomarkers zijn niets anders dan aanwijzingen in lichaamsweefsel of lichaamsvloeistoffen die iets kunnen zeggen over wat er in ons lichaam gaande is. Heel lang werden alleen fysiologische kenmerken gebruikt als biomarker, zoals de bloeddruk, hartslag of een bloedtest.

Maar er is een nieuwe generatie biomarkers. Die kijken naar afwijkingen op moleculair niveau: genen, eiwitten, microbioom. Ze vertellen ook of iemand goed zal reageren op een medicijn. Zo kunnen ziektes in een vroeg stadium worden gediagnosticeerd en kan het effect van therapieën worden voorspeld.

De meest recente ontwikkelingen rond deze nieuwe generatie biomarkers zetten de huidige classificatie van ziektes op zijn kop. Want, zo zien onderzoekers vanuit diverse medisch specialismen steeds vaker op moleculair niveau bevestigd, dezelfde symptomen kunnen totaal verschillende oorzaken hebben. Omgekeerd kan de onderliggende oorzaak van een ziekte totaal verschillende klachten en symptomen met zich meebrengen. Deze wetenschap maakt dat de opsporing en behandeling van ziekte anders wordt: moleculaire en cellulaire kenmerken van de individuele patiënt vormen de basis bij diagnose en behandeling. ‘Precision medicine’, ook wel ‘personalised medicine’, doet daarmee zijn intrede in de geneeskunde.

Wat wordt bedoeld met precision medicine in respiratory diseases, dus ziektes die gerelateerd zijn aan de ademhaling?

“Precision medicine houdt in dat behandeling van een ziekte is afgestemd op het genetisch profiel van een patiënt en ook op zijn omgeving en levensstijl. Waar we vroeger onderzochten of een patiënt in het vastomlijnde hokje van een ziekte paste, willen we nu weten wat het onderliggende moleculaire mechanisme van een aandoening is. We zijn dus ziekte aan het herdefiniëren. Dit doen we op basis van biomarkers, zoals genen, RNA of eiwitten in het bloed. Ook onderzoeken we ontstekingsstoffen in uitgeademde lucht, het microbioom in poep, speeksel of longslijm en kijken we naar patiëntkenmerken zoals longfunctie, klachten, levensstijl en omgeving van de patiënt. Deze benadering is binnen de oncologie het verst gevorderd, waarbij hormonale en genetische kenmerken belangrijker zijn dan de locatie van de tumor. Aandoeningen die worden veroorzaakt door ontstekingen zouden we in toenemende mate ook op deze manier kunnen benaderen. Astma en COPD vallen hieronder, maar bijvoorbeeld ook reuma en diverse maag-, darm- en leveraandoeningen. Het blijkt dat sommige ontstekingsprocessen bij verschillende ziektes op elkaar lijken. Als we de biomarkers hebben gevonden die de aanwezigheid van deze processen kunnen signaleren, zouden we in die gevallen bepaalde ontstekingsremmende therapieën naar verschillende ziektebeelden kunnen vertalen.”

Wat moet er gebeuren voordat deze benadering kan worden toegepast in de kliniek?

“Het klinkt allemaal heel mooi, maar met ons onderzoek zijn we in veel gevallen nog ver van de uiteindelijke toepassing. Op het gebied van farmacogenetica gebruiken we al een aantal biomarkers in de praktijk, maar met veel andere zijn we daar nog ver vandaan. We moeten uitzoeken wat we precies moeten meten en waar: in bloed, poep slijm of in uitgeademde lucht. Het mooiste is natuurlijk als we biomarkers kunnen meten in monsters die niet-invasief kunnen worden verkregen, zoals bijvoorbeeld uitgeademde lucht. Dat is vooral bij kinderen van groot belang. We onderzoeken nu biomarkers in patiënten die we goed hebben gekarakteriseerd. Dit doen we om uit te vinden welke biomarkers in welke monsters belangrijk zijn om verschillende vormen van de ziekte te definiëren. En nog belangrijker: om te bepalen welke behandeling voor de individuele patiënt de beste is.”

Welke onderzoeken worden vanuit het AMC aangestuurd om antwoorden te vinden op deze vragen?

Aangezien ik hier nog maar net ben begonnen, staan de meeste studies nog aan het begin van een groot avontuur. Vanuit mijn vorige functie aan de universiteit Utrecht heb ik een aantal projecten meegenomen naar het AMC. Zo beginnen we binnenkort in vijftien ziekenhuizen in Nederland met een onderzoek waarbij we gaan kijken of je door het genotyperen van kinderen met astma vooraf al kunt bepalen wat de meest effectieve behandeling zal zijn. In een Europese studie proberen we biomarkers te vinden bij kinderen met astma die het heel slecht doen, ondanks dat ze volgens de richtlijnen worden behandeld. We hopen daarbij andere soorten astma te vinden en aanwijzingen te ontdekken waardoor we een passende behandeling kunnen ontwikkelen voor deze kinderen. We zijn ook plannen aan het maken voor studies op het gebied van andere longziektes, zoals COPD, taaislijmziekte en longkanker. We willen voor al deze ziektes biomarkers vinden die makkelijk te meten zijn en die de artsen kunnen helpen om de therapie voor de patiënt te optimaliseren.”

Wat is wat u betreft toekomstmuziek?

“Natuurlijk zoeken dokters altijd al naar de optimale behandeling voor elke patiënt die bij hen in de spreekkamer zit. Wat dat betreft zou je kunnen zeggen dat precision medicine van alle tijden is. Toekomstmuziek is dat we straks weten welke biomarkers belangrijk zijn. Het zal daarbij niet gaan om een enkele biomarker, maar om combinaties van verschillende biomarkers die een goed beeld geven van de ziekteprocessen in de patiënt. Door het gebruik van deze combinaties kan precision medicine dokters nieuwe mogelijkheden geven om de behandeling van de individuele patiënt te verbeteren.”

Tekst: Caroline Wellink

Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine