31 jan 2017 | Verhaal

Vier patiënten en één bed

De eerste hulp slibt dicht, patiënten liggen uren op een brancard. Een dienst van de opnamecoördinator van het AMC: 'Het is een dramatische avond. Alles is vol';

verschenen in Het Parool van 28 januari 2017
Tekst Malika Sevil
, fotografie Marc Driessen

In de AMC-gangen, bij het koffieapparaat, midden op de spoedeisende hulp: Marriët van Gelder doet niet anders dan achter vrije bedden aan bellen. In de AMC-gangen, bij het koffieapparaat, midden op de spoedeisende hulp: Marriët van Gelder doet niet anders dan achter vrije bedden aan bellen.

Voor de zoveelste keer gaat haar sein. Verpleegkundige Marriët van Gelder (38) weet in het AMC de telefoons blind te vinden, en nu grijpt ze naar een exemplaar op de gang van de afdeling Algemene Interne. Ze staat tussen een tillift en een rolstoel. Haar werkmap legt ze op een nachtkastje op wieltjes.

Ze belt het nummer.

De longarts.

Ze luistert aandachtig. "We zitten heel krap," zegt ze in de hoorn. "Kan de patiënt niet met de familie mee? Ik heb nauwelijks bedden, en die wil ik graag nog even vrijhouden - voor in nood." Het gaat over een oudere longpatiënt met een lager zuurstofniveau in haar bloed. Deze mevrouw kan naar huis als een mantelzorger een oogje in het zeil houdt, maar de kinderen willen haar niet meenemen - de een woont ver weg, en de ander heeft te veel aan het hoofd.

"Ja, we liggen bijna vol," benadrukt Van Gelder. De arts belooft op ontslag aan te sturen.

Van Gelder is opnamecoördinator in het AMC. Zij plaatst op verzoek van de arts patiënten van de spoedeisende hulp (SEH) naar de verpleegafdelingen. In een ideale wereld gaat dat als volgt: iemand met longontsteking verhuist naar een bed op de afdeling maag-/darm-/longziekten en slachtoffers van een verkeersongeval komen op de trauma-afdeling. Maar zo simpel is het niet. Door toenemende druk op de SEH - meer toeloop van onder meer kwetsbare ouderen - en door gebrek aan personeel zijn er vaak geen bedden meer op een afdeling, of erger: ook niet in de rest van het AMC. En dan moet Van Gelder op zoek naar een plek in een ander ziekenhuis. Maar die kampen met hetzelfde probleem.

Gevolg: een logistieke puzzel van jewelste, want ze moet laten meewegen dat medisch complexe, instabiele patiënten sowieso in het AMC moeten blijven. Patiënten die besmettelijk zijn, al is het maar van de griep, zijn moeilijker in andere ziekenhuizen onder te brengen omdat de isolatiekamers meestal al bezet zijn.

Het is 19.05 uur, een gewone doordeweekse avond, die Van Gelder een half uur geleden nog omschreef als 'matig druk'. Inmiddels, een paar telefoontjes verder, is het 'heel druk', en over een paar uur zal ze aan de telefoon meerdere malen benadrukken dat het 'verschrikkelijk druk' is. Ze belt bij het koffieapparaat, ze belt op de gang, in spreekkamers - waar maar een telefoon hangt. De patiënten blijven zich via het sein maar aandienen, maar het humeur blijft goed en het hoofd koel. Tussendoor informeert ze in kantoortjes naar de beddenbezetting, zoals bij de Acute Opname Afdeling, waar een vrouw in een witte jas achter een computer zit. "Vol?! Gaat er nog iemand weg? Nee? Oké."

Sein.

Ze pakt de eerste de beste telefoon in de koffiekamer om daar in gesprek te gaan met een arts over een 79-jarige vrouw met een urineweginfectie. "En je wilt haar graag hier houden?" Ze heeft amper opgehangen of de pieper gaat weer. Dit keer betreft het een drugsverslaafde. Hij is ziek en in de war. "Is hij verzekerd? Dat is een puntje bij het uitplaatsen. Als hij niet verzekerd is, lukt dat niet."

Buiten loeit weer een sirene.

Sein.

Wederom de longarts. Zijn patiënt blijkt toch te zwak om haar naar huis te sturen, ook met een mantelzorger. "Oké, dan mag ze op een bed." Van Gelder regelt het ter plekke - op de gang, krom, met de map tussen de muur en haar bovenbeen geklemd.

De stand: vier patiënten en twee bedden.

Sein. Een patiënt heeft een bloeding in de darmen. "Ik snap dat je die hier wilt zien." Stand: vier patiënten, een bed.

Daarna krijgt Van Gelder een melding over een man in de shockroom die veel bloed heeft opgebraakt. "Dan kijk je dus, samen met de arts, wie het meeste recht heeft op dat laatste bed." Een man die bloed braakt, is niet stabiel, en kan niet worden overgeplaatst. Het laatste bed gaat naar hem. De situatie om 19.30 uur: nul bedden, vier patiënten, een volle spoedeisende hulp en huisartsenpost (28 bedden bezet).

Van Gelder vreest dat het risico op calamiteiten op deze manier toeneemt. "Nu zijn er nog geen ongelukken gebeurd, maar ik sta er niet voor in dat het zo blijft, met deze druk op de spoedeisende hulp." Twee tot drie keer per week is de SEH zo vol dat de afdeling een paar uur dicht moet. Om de toestroom op te vangen zijn er in het ziekenhuis extra bedden neergezet en is extra verpleegkundig personeel aangenomen, maar zo stelde de AMC-top in deze krant: "Het is nauwelijks bij te benen."

'Wij liggen vol'

Van Gelder installeert zich met haar onafscheidelijke map achter een telefoon in een overlegruimte midden op de SEH. De patiënten die ze net allemaal genoteerd heeft, liggen hier achter de schuifpuien op een brancard te wachten op een plekje voor de nacht. Waar, is nog de vraag.

Van Gelder slaat de map open naar de bladzijde met de telefoonnummers van ziekenhuizen in Amsterdam en de regio. Vol goede moed begint ze bij Amstelland in Amstelveen, waar ze meteen de realiteit van deze avond krijgt gepresenteerd. "Jullie zijn al het vierde ziekenhuis dat belt. Wij liggen vol." MC Slotervaart - "Nee, sorry, het is verschrikkelijk druk." BovenIJ: "No." OLVG West: "Op de kinderafdeling nog een plekje, alleen voor een kind zonder monitor. Verder niks." Nadat ze Amsterdam heeft gehad, gaat ze vergeefs naar de regio en uiteindelijk de randen daarvan. Purmerend zit aan zijn taks en het Westfries Gasthuis in Hoorn: "Ik ga naar een opnamestop toe."

Een SEH-verpleegkundige komt naar Van Gelder toe. "Is er al zicht op een bed voor mijn patiënt? Ze krijgt last van haar rug. Ze ligt al uren op een brancard."

Van Gelder, neutraal: "Ik ben aan het bellen."

Met de hoorn aan haar oor kijkt ze op de klok. Het is kwart voor negen. "Ik moet straks toch iets eten." Maar de adrenaline houdt haar aan de telefoon. Dat, en de tijdsdruk: de ambulancedienst rijdt vanaf 21.00 uur niet meer naar Haarlem of Beverwijk, laat staan verder. "Toch even de meldkamer bellen."

De mevrouw aan de lijn vertelt dat een rit van 15.00 uur naar Beverwijk nu pas wordt gereden. Deze patiënt heeft dus zes uur te lang op de spoedeisende hulp gelegen. Vervelend voor de patiënt en funest voor de doorstroming. Eenmaal behandeld op de SEH moet iemand naar huis, of naar een ziekenhuisbed, of, en daar belt Van Gelder ook vaak genoeg voor, naar een verpleeghuis. Eveneens, een, laat ze het opgetogen brengen, uitdaging.

21.30 uur. De lijst met twintig ziekenhuizen is afgebeld. De oogst: twee kinderen die ze tussendoor nog kreeg aangemeld, zijn ondergebracht, maar de vier patiënten waar ze twee uur geleden mee begon, heeft ze nog steeds.

Eerst maar een snelle avondmaaltijd: een bruine boterham met vleesbeleg. 21.45 uur. Van Gelder kijkt in de computer naar de beddenbezetting op de afdelingen, ze leest de dossiers van de patiënten, ze wikt en weegt en denkt hardop. Na overleg met de arts is ze eruit: de vier patiënten verdeelt ze over vier afdelingen.

Dat lijkt simpeler dan het is. "Een van de patiënten is in de war, heeft een drugsverslaving en kan niet goed plassen vanwege een infectie. Met zo iemand kunnen artsen en verpleegkundigen de hele nacht druk zijn. Ik ben de laatste om te zeggen: 'Deze patiënt kan er nog wel bij'."

Maar ze doet het toch, en wel op hematologie/ oncologie. "Een afdeling waar deze patiënt niet thuishoort, dat weet ik heel goed." Maar een alternatief is er niet.

Super onwenselijk

Dit vindt ze het moeilijkste onderdeel van haar werk, en zo zullen we horen waarom. Ze laveert van het kweken van begrip - 'Het is een dramatische avond. Ik moet wat met deze patiënten aan' - naar overmacht: "Al is het maar voor de nacht lieverd. Alles ligt vol." Als de toon aan de andere kant van de telefoon geïrriteerd raakt: "Het is niet eerlijk als een afdeling er twee krijgt, terwijl een andere afdeling wordt ontzien." Bij urgentie: "Mensen liggen hier al uren te wachten." En nog een keer urgentie: "Super onwenselijk, maar je snapt ook dat wij deze patiënt niet op de SEH kunnen laten overnachten." Terug naar begrip, maar nu vice versa: "Ik realiseer me terdege dat het een belasting is." En uiteindelijk: "Ik ga niet in discussie." Dan moet ze de verpleegkundige aan de telefoon ook nog vertellen dat deze patiënt verward is en griep heeft.

Ze blijft aardig, begripvol, duidelijk en kordaat, maar als ze ophangt, slaakt ze wel een diepe zucht. "Ik weet dat het niet tegen mij persoonlijk gericht is, maar soms vind ik het wel moeilijk om het zo niet op te vatten." 

Eerste patiënt geplaatst, nog drie te gaan. "Deze baan is niet altijd leuk, maar wel nodig. Linksom of rechtsom moeten we er samen uitkomen. Ik probeer het positief te houden." 

Dan te bedenken dat op deze avond ook in alle andere ziekenhuizen hun eigen Marriët van Gelder zit te ploeteren om patiënten een goede plek te geven. Ze zou wel een systeem willen waarop je in één oogopslag kan zien in welk ziekenhuis nog plek is. Dat zou vele telefoontjes schelen. 

Om twee uur 's nachts, twee uur na het einde van de dienst, sluit ze af met een brief aan de verantwoordelijken, tot aan de raad van bestuur aan toe, zodat iedereen weet wat voor struggle het vanavond weer was. Terwijl ze het tikt, komt de spoedeisendehulparts naar haar toe. "Ik moet nog zes patiënten onderbrengen. Hoe zullen we dat doen?"

'Samen met de arts kijk je wie het meeste recht heeft op dat laatste bed'

'Je snapt ook dat wij deze patiënt niet op de SEH kunnen laten overnachten'

verschenen in Het Parool van 28 januari 2017
Tekst Malika Sevil, fotografie Marc Driessen