29 sep 2017 | Verhaal

Vrouwen met hartkramp

Vandaag is het Dress Red Day, een dag die draait om hartziekten bij vrouwen. Reden voor Jan Piek, hoogleraar Cardiologie, om aandacht te vragen voor een miskende hartaandoening waar vooral vrouwen last van hebben: krampen in de kransslagaderen. Met een vaak vergeten onderzoeksmethode is deze aandoening op te sporen.

Hoeveel patiënten er in Nederland rondlopen met verkramping van de kransslagaderen kan Piek onmogelijk zeggen, aangezien de diagnostiek op dit gebied nog onvoldoende is. “De symptomen die bij deze aandoening opspelen, lijken veel op die van aderverkalking”, zegt Piek. “Het verschil is dat verkramping van de ader vaak optreedt als patiënten in rust zijn, bijvoorbeeld ’s ochtends als ze net wakker worden. Bij aderverkalking spelen de klachten juist op bij inspanning. Ook lijken vrouwen vaker last van verkramping te hebben dan mannen.” De klachten, zoals hartkloppingen of pijn op de borst, zijn met standaard hartonderzoek vaak niet goed te verklaren. Piek: “Meestal doen we eerst een fietstest, dan een echo en een hartkatheterisatie. Bij deze aandoening komt daar vaak niets uit. De kransslagaders naar het hart zien er goed uit.”

Voor de meeste cardiologen in Nederland houdt het onderzoek daarmee op: niets gevonden. Het hart lijkt in orde. Hierdoor wordt al snel gedacht aan stress en komen de patiënten in het psychologische circuit terecht. “Dat is voor hen heel vervelend”, zegt Piek. “En onnodig, want verkramping van de kransslagaders is met het juiste onderzoek te ontdekken.”

Acetylcholinetest

Dat onderzoek bestaat uit een acetylcholinetest tijdens een hartkatheterisatie. “De kransslagader knijpt samen als er te weinig stikstofoxide in de vaatwand wordt vrijgemaakt”, legt Piek uit. “Dat boots je na door de patiënt acetylcholine toe te dienen. Tijdens een katheterisatie kun je vastleggen wat er in de slagader gebeurt.” Het verkrampen treedt op bij mensen met beginnende en gevorderde aderverkalking. Beginnende aderverkalking, die moeilijk te ontdekken is met regulier onderzoek, leidt vooral bij vrouwen tot vaatkrampen. “Tijdens een hartkatheterisatie kunnen wij precies zien waar de verkramping van de kransslagader plaatsvindt”, zegt Piek. “Met die informatie kunnen we de oorzaak van de klachten vastleggen en een gerichte behandeling starten.”

Gerichtere behandeling

Die behandeling is nogal provisorisch, aangezien er nog geen medicatie bestaat die zich specifiek richt op verkramping van de kransslagaders. “Vaak schrijven wij al lang bestaande vaatverwijders voor”, vertelt Piek. “Er kunnen drie verschillende spasmen optreden in de kransslagaderen, afhankelijk van de positie ten opzichte van het hart. Eigenlijk zou elk van de drie een aparte behandeling moeten krijgen. Zo is het bij de ene soort verkramping een slecht idee om een stent in te brengen in de ader, wat nu nog vaak gebeurt bij hartklachten, terwijl het bij een ander soort spasme wel zou kunnen. Als de diagnose op dit gebied verbetert, kunnen we hier beter onderzoek naar doen en gerichtere behandelingen ontwikkelen.

Met de medicatie die wij nu voorschrijven, zijn mensen vaak al enorm geholpen. Een van mijn patiënten heeft dit jaar zelfs de Vierdaagse gelopen. Het is een geruststelling als patiënten eindelijk weten waar hun klachten vandaan komen. Sommigen lopen er al jaren mee rond.”

Van harte uitgenodigd

Hoewel de acetylcholinetest al decennia bestaat, raakt deze in Nederland (en veel andere Westerse landen) maar niet ingeburgerd. Piek snapt wel waarom. “De behandeling is niet zonder gevaar. Als de vaten helemaal dicht gaan zitten, kan de patiënt een hartstilstand krijgen. Maar met een ervaren medisch team zal het nooit zo ver komen. In Aziatische landen, waar spasmen in de kransslagaderen vaker voorkomen, doen ze de acetylcholinetest al sinds jaar en dag. Collega-cardiologen die meer over de test willen weten, zijn van harte uitgenodigd om bij ons mee te kijken.”

Test veel vaker toepassen

Wat Piek betreft wordt de acetylcholinetest in veel meer Nederlandse ziekenhuizen toegepast. “Ik ben nu een van de weinige interventie-cardiologen die dit onderzoek doet, ongeveer 20 tot 30 keer per jaar. Maar deze test zou veel vaker toegepast moeten worden. Als patiënten hartklachten hebben die vooral in rust optreden, en als bij de fietstest, de echo en de hartkatheterisatie niets ongewoons te zien is, dan is een acetylcholinetest de logische vervolgstap. Dat zouden we in Nederland protocollair moeten vastleggen. Daarmee voorkomen we veel ellende, die vooral vrouwen onnodig treft. Het is zonde dat deze test niet vaker wordt toegepast.”

Prof. Jan Piek (Leeuwarden, 1954) werkt sinds 1989 als cardioloog in het AMC, waar hij in 1999 tot hoogleraar Interventiecardiologie werd benoemd. In 2008 werd hij ook directeur van het Hartcentrum AMC. Piek is hoofdredacteur van het Netherlands Heart Journal, het wetenschappelijke tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie.

Tekst: Tim van den Berg

Foto: Marieke de Lorijn/Marsprine